Eo-wijers en het einde van de zichtbare top-downplanning

Posted by | februari 26, 2012 | Opinion | No Comments
eo wijers

De Eo-Wijers kondigt met de winnaars van de prijsvraag het einde aan van een tijdperk: ’Het einde van de top-down planning is in zicht’. De gekozen plannen laten vooral processtrategieen zien, waarbij instrumenten worden aangereikt om te anticiperen op te verwachten ontwikkelingen. Daarmee wordt de sleutel bewust en nadrukkelijk bij de lokale bevolking gelegd: problemenzijn lokaal, en ook daar dienen de oplossingen te worden geformuleerd.

Deze benadering is niet nieuw. In de jaren 70 kenden we reeds deze aversie tegen grootschalig plannen na de wederopbouwperiode die vooral bestuurlijk werd georganiseerd. De afgelopen periode werd opnieuw gekenmerkt door top-down planning, ten koste van de lokale bevolking. Vandaag zien we daar de reactie op, en de EO-Wijers laat dan ook zien dat ze aandacht besteedt aan de actuele ontwikkelingen.

In de jaren 70 speelde het dagelijkse leven zich vooral lokaal af, de globalisering stond slechts in de kinderschoenen. De schreeuw naar lokale verantwoordelijkheid in het planningsproces was dan ook begrijpelijk. Globale problematieken zoals de opwarming van de aarde waren nog niet zo accuut, en als ze dat als waren, dan waren ze in ieder geval onbekend.

Vandaag liggen de kaarten echter anders. Nog nooit speelde ons leven zich zo mondiaal af, en waren we zo gehecht aan de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de wereld. Voor die manier van leven betalen we echter een prijs, of meerbepaald, daarvoor betaalt onze planeet een prijs. De aarde warmt op, water wordt schaarser, we moeten op zoek naar alternatieven voor energieproductie en ons voedselsysteem kent zowel ethisch als ecologisch de nodige problemen. Met andere woorden: onze huidige manier van leven zorgt voor globale problemen, en deze vragen om globale oplossingen.

Het interessante aan deze oplossingen op die nieuwe, globale schaal is echter dat ze een lokale doorvertaling vragen. Globale oplossingen blijven immers niet comfortabel boven het lokale niveau zweven, ze confronteren het lokale niveau vrij drastisch met hun aanwezigheid. Daardoor is elk gebied en de bijhorende lokale schaal verbonden met deze globale ontwikkelingen. Meer zelfs, elk gebied draagt een verantwoordelijkheid voor deze globale ontwikkelingen.

De opgave van vandaag is dan ook niet uitsluitend het faciliteren van de lokale instanties, maar veeleer het zoeken naar de juiste balans tussen lokale bottom-up ontwikkelingen, en het vastleggen van structuren die de noodzakelijke veranderingen verzekeren voor de globale opgaves. Daarmee is deze uitdaging fundamenteel anders dan wat zich in de jaren 70 afspeelde. Top-down en bottum-up worden niet tegen elkaar uitgespeeld, maar gaan juist op zoek naar een nieuwe vorm van samenwerken.

Het is dan ook verwonderlijk dat deze prijsvraag nagenoeg uitsluitend inzet op het faciliteren van de lokale laag bij hun zoektocht naar een nieuwe lokale comfortzone. Verschillende niet- en gouvernementele organisaties maken steeds nadrukkelijker duidelijk dat er drastische wijzigingen nodig zijn wat betreft voedselproductie, transport, energie- en waterhuishouding. Vooral wat betreft voedsel speelt de Veenkolonien hier een niet te onderschatten rol in als landbouwgebied. Door de eenzijdige selectie van projecten wordt het spanningsveld tussen deze structurele opgaves en het verbeteren van de lokale leefbaarheid echter niet opgezocht.

De vraag kan zelfs gesteld worden of door het ontkennen van deze grote transities niet wordt gewerkt aan een parallelle realiteit: een lokale comfortzone die de onvermijdelijke confrontatie met top-down geplande, noodzakelijke en onvermijdelijke ingrepen compenseert. In dat geval betekent het resultaat van deze prijsvraag veeleer het einde van de zichtbare top-downplanning dan dat het einde van de top-downplanning in zicht is. En op die manier wordt de kapitale kans gemist, om de drastische en structurele opgaves waarmee we nu geconfronteerd worden in te zetten om lokale kwaliteit te creeren.

Van dergelijke competities wordt verwacht dat ze het vakgebied vernieuwen. Het is echter de vraag of de stellingname die volgt op deze prijsvraag voortkomt uit een ideologisch geloof, dan wel een populistische uiting is.
– See more at: http://felixx.nl/blog.php#sthash.MACX8NyV.dpuf

Leave a Reply

Your email address will not be published.

2.png